Elke woensdag geopend van 13:00 tot 16:00

Hinkelen

Hinkelen is een klassiek kinderspel dat vaak op schoolpleinen of stoepen wordt gespeeld. Het is simpel, actief en vereist weinig materiaal – meestal alleen stoepkrijt en een klein voorwerp, zoals een steentje. Het spel bevordert balans, coördinatie en motoriek.

Hoe speel je hinkelen?

  1. Teken het hinkelveld
    Met stoepkrijt teken je een serie genummerde vakken op de grond. De traditionele vorm bestaat uit enkele vakken op een rij, afgewisseld met dubbele vakken naast elkaar. Een veelvoorkomende indeling is:

    1
    2
    3
    4   5
    6
    7   8
    9
    10 (rustvak)
    
  2. Start met het werpen van een steentje
    De speler gooit het steentje in vak 1 zonder dat het buiten de lijnen komt. Daarna begint hij of zij te hinkelen – op één been – over het veld, waarbij het vak met het steentje wordt overgeslagen.

  3. Hinkelen door het veld
    Je hinkelt door de vakken volgens de regels:

    • Eén vak: op één been.

    • Twee naast elkaar: spreid je benen en zet er in elk één voet.

    • Sla het vak met het steentje over.

  4. Omdraaien en terugkomen
    Bij het rustvak (meestal vak 10) draai je om en hinkel je terug, waarbij je bij het vak vóór het steentje stopt, op één been bukt om het op te rapen, en dan het vak weer overslaat op de terugweg.

  5. Volgende beurt
    Als dit lukt zonder fouten (bijvoorbeeld op de lijn stappen, je evenwicht verliezen of het steentje buiten de lijnen gooien), mag je bij de volgende beurt het steentje naar vak 2 gooien, enzovoorts.

Doel van het spel

Het doel is om alle vakken af te gaan (van 1 tot 10) zonder fouten. Degene die dat als eerste lukt, wint het spel.